EXPOSITIE / EXHIBITION Permekemuseum Van 19-6 t/m 3-10-2004
  Let op: Deze expositie is voorbij !
In English - En Français



Armando, bij Constant Permeke te gast

Armando is één van de kunstenaars die het artistieke klimaat in Nederland na de Tweede Wereldoorlog mee bepaald en gevormd hebben. Hij wordt in 1929 te Amsterdam geboren als Herman Dirk van Dodeweerd, en zal zich ontwikkelen tot een geïnspireerd schrijver, tekenaar, schilder, beeldhouwer en zelfs muzikant en filmmaker. Armando begint pas laat met beeldhouwen. Poëzie, teken- en schilderkunst zijn voor hem initieel de belangrijkste kunsttakken. Hij begint gedichten te schrijven tijdens zijn studies kunstgeschiedenis aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Zijn tekeningen van de eerste helft van de jaren 1950 tonen zijn radicale houding ten opzichte van het beeldend creatieve proces. In hun spontaneïteit en soms bijna agressieve directheid vertonen zij een invloed van Cobra. De reeks schilderijen die hij in de periode 1954 – 1959 schildert getuigen van zijn interesse in l’art informel en het tachisme in Parijs (vooral Jean Fautrier lijkt voor Armando belangrijk te zijn geweest) en in de matièristische kunst van Jean Dubuffet. Hoewel Armando de figuratie in zijn werk niet totaal verlaat, is er in de soms zware impasto’s een heel sterke tendens naar abstractie voelbaar. In deze vroege periode is een zekere duisternis aanwezig in het werk, zowel letterlijk als figuurlijk. Zwart zal uitgroeien tot de belangrijkste tint in het oeuvre. Armando behandelt vaak een donkere thematiek, verwijzend naar misdaad en geweld. In 1957 wordt de kunstnaar stichtend lid van de Nederlandse Informele Groep, samen met onder meer Henk Peeters, Jan Schoonhoven en Jan Hendrikse. In 1960 gaat hij, met dezelfde kunstenaars, over tot de oprichting van de Nul-groep, waarmee wordt aangesloten bij de algemene dematerialisatietendens die in het begin van de jaren 1960 Europa domineert. De kunst van Armando evolueert naar een grotere vorm van reductie en afstandelijkheid, wat leidt tot de realisatie van monochrome –zwarte-reliëfs. In 1965 breekt hij met de Nul-groep en wijdt zich tot in 1967 uitsluitend aan het schrijven, zowel literair als journalistiek. Vanaf 1967-68 neemt hij opnieuw de tekenkunst op; zijn werk getuigt van een zoektocht naar het sublieme. Hij is sterk gefascineerde door de Duitse romantische traditie en evolueert naar een thematiek die verbonden is met de Tweede Wereldoorlog onder meer in de reeks schilderijen die hij in 1971-1972 creëert. De onuitwisbare indruk die de oorlogsjaren in Amersfoort bij hem als kind nalieten, blijft door zijn hele oeuvre spoken.

Zijn kunst draait rond begrippen zoals herinnering, schuld, macht en vergankelijkheid. Eerder dan de directe expressie van emotie, is alles doordrongen van een gevoel van melancholie. In 1979 verhuist Armando naar Berlijn. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, het verband tussen zijn jeugdherinneringen en de ondenkbare loop van de geschiedenis, beheerst zijn werk totaal, via onder meer landschappelijke metaforen. In een tot bijna archetypische essentie teruggevoerde beeldtaal geeft hij uitdrukking aan een existentiële en universele problematiek. De beeldhouwkunst van Armando dient gesitueerd te worden binnen die tendens van essentialisering en existentialisme. In 1988 begint hij met de vervaardiging van kleine sculpturen, gemodelleerd in klei en afgegoten in brons met een donkere patina. De motieven die Armando hanteert zijn dezelfde als in zijn schilderkunst, en lijken op het eerste gezicht niet erg geschikt te zijn voor een driedimensionale uitvoering. Toch slaagt Armando erin om dwingende, existentieel geladen aanwezigheden te creëren vanuit de weergave van een wiel, een ladder, een urne, een kelk, een vlag,… In een dergelijke weergave verenigt hij het bijna banale object met een beladen, culturele symboliek (de kelk en de ladder worden werktuigen van de christelijke passie, de urne is een archetypische potvorm tegelijk verbonden met de dood, het wiel herinnert ons aan het rad van de foltering …). In de verstilling van deze objecten huist een aura van historisch en mythisch geweld, verstomd door een zware melancholie. De hoofden en lichaamsdelen (zoals bijvoorbeeld handen) die Armando creëert blijven essentieel fragmentair, gestold in een wordings- of degeneratieproces. In die demarche benadert Armando de essentiële présence die we in de beeldhouwwerken van Permeke aantreffen. De gelijkaardige omgang met vormen is te verklaren vanuit de deels gemeenschappelijke inspiratiebronnen van deze kunstenaars. Beide zijn sterk onder de indruk van de kunst van Jean Fautrier, één van de figuren die aan de bakermat stond van de informele kunst in Parijs. Fautrier (overigens ook getekend door een oorlogservaring) wijdde zich naast zijn bekende, matièristische schilderkunst tevens aan de beeldhouwkunst, waarvan de kleine, spontane vrouwentorso’s misschien het meest befaamd zijn. Zowel Permeke als Armando zijn op zoek naar het wezenlijke via heel klassieke en herkenbare middelen. Via het klassieke onderwerp van het vrouwelijk naakt tracht Permeke door te dringen tot de essentie van het bestaan, terwijl Armando met de bezieling van metaforische, maar zeer herkenbare objecten wil komen tot de sublieme ervaring die leidt naar inzicht in het leven. Met de unieke confrontatie in het PMCP – Museum Constant Permeke - tussen de sculpturen van Armando en de werken van Permeke, de hoofdfiguur van het Vlaamse expressionisme, is het geenszins de bedoeling om Armando verder te betrekken op expressionistische tendensen. De verwantschap tussen beide kunstenaars gaat veel dieper dan een tot formalismen herleid idee van het expressionisme. Beide kunstenaars zijn op hun manier op zoek naar het essentiële, via een uitzuivering van de vorm en via een directe respons op creatieve impulsen. Deze bijzondere tentoonstelling brengt een representatieve selectie van de beeldhouwkunst van Armando in confrontatie met het oeuvre van Permeke en biedt de unieke gelegenheid om de gelijkaardige doelstellingen van deze twee kunstenaars te ontdekken. Beide oeuvres reiken met andere motieven, maar in een gelijkaardige vormentaal naar het sublieme. De tentoonstelling in het Museum Constant Permeke te Jabbeke is een eerste deel van een tweeluik. Het tweede deel zal de presentatie zijn van het werk van Permeke in het Armando Museum te Amersfoort. Het is de bedoeling met deze tentoonstelling de lijn door te trekken van de jaarlijkse activiteiten in het PMCP die telkens opnieuw een andere kijk op het werk van Permeke aanbrengen.

Exposerende kunstenaar(s) / exhibited artist(s):
Armando - Constant Permeke

Permekemuseum
Gistelsteenweg 341, B-8220 Jabbeke, +32-50-811288, open: Van 1 april tot 30 september: 10.00 - 12.30 / 13.30 - 18.00, Van 1 oktober tot 31 maart: 10.00 - 12.30 / 13.30 - 17.30, Toegang, € 3, € 2,50 (reductiekaarten, groepen, 55+), € 1 : 13 tem. 25 jaar
Expositieperiode van 19 juni t/m 3 oktober 2004