EXPOSITIE / EXHIBITION Félicien Rops Museum Van 19-1 t/m 13-4-2008
  Let op: Deze expositie is voorbij !
In English - En Français

Het denkbeeldig museum van Maurice Maeterlinck

Auguste Donnay, Figure féminine, dessin original pour Théâtre, Bruxelles, Edmond Denan, 1902, Klik voor vergroting  Fernand Khnopff, Mélisande, 1907, Klik voor vergroting  Odilon Redon, Dans mon rêve, je vis au Ciel un VISAGE DE MYSTERE, 1885, Klik voor vergroting  Léon Spilliaert, Maeterlinck Théâtre, 1902, Klik voor vergroting  Léon Spilliaert, Serres chaudes, 1917, Klik voor vergroting 

« De dichter voegt aan het dagdagelijkse leven iets toe, dat je-ne-sais-quoi dat alleen dichters kennen, en opeens verschijnt dat leven in al zijn glorie ». Maurice Maeterlinck, Le Trésor des humbles, 1896.

De dichter, toneelauteur en filosofische essayist Maurice Maeterlinck (1862-1949) heeft een uitwisbare stempel gedrukt op de literatuur- en de cultuurgeschiedenis van België, niet alleen door zijn genie, maar ook door zijn filosofisch gedachtengoed dat hij in een avant-gardistische stijl overbracht : het symbolisme. Hij is de enige Belgische schrijver die ooit de Nobelprijs heeft gekregen, in 1911. Maeterlinck had tijdens zijn leven contact met de grootste dichters en kunstenaars van zijn tijd : Mallarmé, Verhaeren, Redon, Burne-Jones, Khnopff, Debussy, enz. Hij verwierf grote bekendheid zowel omwille van zijn dichtkunst (Serres chaudes, 1889), als zijn toneelwerk (Pelléas et Mélisande, 1892).

In deze tijdelijke tentoonstelling stellen we het denkbeeldig museum van Maurice Maeterlinck aan u voor : u zal er de werken kunnen ontdekken die Maeterlinck geïnspireerd hebben en de kunstenaars die zijn werken geïllustreerd hebben. Een hele reeks Belgische en Franse kunstenaars, gaande van Léon Spilliaert, Fernand Khnopff, Auguste Donnay, Charles Doudelet, William Degouve de Nuncques en George Minne tot Odilon Redon hebben de literaire werken van Maeterlinck benaderd via hun schilderijen, tekeningen of illustraties.

Het parcours van de tentoonstelling volgt een bepaalde lijn die van de dichtkunst naar het toneel loopt. Zo zal het publiek in contact komen met werken die heel uiteenlopende technieken gebruikt hebben, naast ook geïllustreerde werken, beeldhouwwerken, ingebonden boeken, foto’s en archiefdocumenten die allen verband houden met de gedichten en de teksten van Maurice Maeterlinck.

Al wie van kunst, literatuur en symbolisme houdt zal zich hier kunnen onderdompelen in de wereld van grote Belgische schrijver, in een blauwachtige en fluweelzachte sfeer… Een uitnodiging om een deur te openen, een boek open te slaan, en te dromen van andere werelden…

« Mijn oogleden zijn gesloten, maar ik voel mijn ogen leven ». Maurice Maeterlinck, Les Aveugles, (De blinden), 1891.

Biografie Maurice Maeterlinck
Maeterlinck werd op 29 augustus 1862 in een welgestelde Vlaamse familie geboren. Van kleins af aan ontpopt hij zich tot een verwoed lezer. Later geeft hij zijn rechtstudies op en zoekt hij contact op met de Belgische literaire milieus. In het begin van zijn loopbaan staat hij heel sterk onder de invloed van het werk van Breughel de Oude. In 1886 verblijft hij in Parijs waar hij onder meer Villiers de l’Isle-Adam en de symbolistische dichters ontmoet. Hun literaire opvattingen zullen op zijn werk een blijvende invloed uitoefenen. Zijn eerste dichtbundels, Serres chaudes (1889) en later Douze chansons (1896) blijven niet onopgemerkt in de letterwereld. Zijn poesie is trouwens sterk doordrongen van zijn familiale oorsprong : de geheimzinnige sfeer van de Gentse huizen, de volksliederen, zijn geboorteland waar het immobilisme en de godsdienst nog hoogtij vieren.

Maeterlinck was een pessimist en een angstig iemand, die geobsedeerd was door de dood. Hij geloofde dat het leven bestuurd werd door duistere krachten – het instinct, de dood, de liefde, het lot, het toeval. Hij bleef heel zijn leven lang op zoek naar een manier waardoor de mens zijn eigen toestand zou kunnen aanvaarden.

Hij zal heel snel, reeds in 1889, beroemd worden, wanneer zijn eerste toneelwerk La Princesse Maleine (De prinses Maleine), een lovende recensie krijgt van Octave Mirbeau qui hem prompt vergelijkt met William Shakespeare. Daarop volgt voor Maeterlinck een erg vruchtbare periode voor zijn toneelwerk : in 1890, L’Intruse (De Indringer) et Les Aveugles (De blinden), in 1891, Les Sept princesses (De zeven prinsessen), in 1892, Pelléas et Mélisande, (Pelléas en Mélisande), in 1894, drie kleine marionnettenstukken, Alladine en Palomides, Intérieur (binnenhuis), La Mort de Tintagiles (De dood van Tintagiles) en, in 1896, Aglavaine et Sélysette (Aglavaine en Sélysette). Na de eeuwwisseling schommelt zijn toneelwerk tussen het historisch drama met Monna Vanna, (1902) en de filosofische sprookjeswereld, met L’Oiseau bleu (1908).

Maeterlinck publiceert ook een heel aantal essays, waaronder in de eerste plaats het werk Le Trésor des humbles (1896) (De schat van de nederigen) vermeld moet worden. Datzelfde jaar vestigt Maeterlinck zich met zijn partner, Georgette Leblanc, in Parijs. Hij ontmoet daar Debussy, Rodin, Wilde, en neemt opnieuw contact op met Mallarmé, Lugné-Poe en de Nabis. La Sagesse et la destinée (1898) (De wijsheid en het lot), L’Intelligence des fleurs (1907), (Het begrip van de bloemen) La Mort (1913) (De dood) – dat het Vaticaan op de Index zou plaatsen –, Le Grand secret (1921) (Het grote geheim), La Grande porte (1939) (De grote deur) zijn de belangrijkste titels van het essayistische werk van Maeterlinck. Naast filosofische had Maeterlinck ook biologische interesses, meer bepaald voor de entomologie, waarover hij ook meerdere werken heeft geschreven: La vie des abeilles (1901) (Het leven van de beien), La Vie des termites (1927) (Het leven van de termieten) en La Vie des fourmis ( 1930) (Het leven van de mieren).

Als vertaler heeft Maeterlinck zich gewijd aan de Vlaamse mystiek van de XIIIe eeuw, aan het Duitse idealisme en aan de Engelstalige literatuur. Hij heeft werken vertaald van Ruysbroeck, Emerson, Shakespeare en Novalis. Het is duidelijk dat deze auteurs zijn eigen schrijfwerk beïnvloed hebben.

In 1911, ontvangt hij de Nobelprijs voor Literatuur voor zijn toneelwerk. Maeterlinck stelt voor om deze prijs te delen met zijn reeds lange tijd goed bevriende collega Emile Verhaeren.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog geeft Maeterlinck zich op als vrijwilliger. Hij mag echter geen uniform dragen (hij is 52 jaar). Hij zal dan zijn pen volledig ten dienste stellen van de strijd tegen de bezetter en geeft, samen met Jules Destrée, lezingen die het patriotisme bezingen. In de jaren 1920 en 1930 wijdt Maeterlinck zich aan zijn essayistisch werk waarin hij de mysteries van deze wereld probeert uit te leggen via een waarneming van de natuur. In 1948 verschijnt Bulles bleues waarin hij zijn jeugdherinneringen neerschrijft. Hij overlijdt op 5 mei 1949, op 87 jarige leeftijd.

Bibliografie van de voornaamste werken van Maeterlinck
- Le Massacre des Innocents, 1885
- Serres chaudes, 1889, op muziek gezet door Ernest Chausson.
- La Princesse Maleine, 1889.
- L'Intruse, 1890.
- Les Aveugles, 1890.
- Les Sept princesses, Ed. Lacomblez, Bruxelles, 1891.
- Pélléas et Mélisande, 1892, op muziek gezet door Claude Debussy, Gabriel Fauré, Arnold Schoenberg, Jan Sibelius.
- Alladine et Palomides, 1894.
- Intérieur, 1894.
- La Mort de Tintagiles, 1894.
- Aglavaine et Sélysette, 1896.
- Le Trésor des humbles, 1896.
- Douze Chansons, 1896.
- La Sagesse et la Destinée, 1898.
- Ariane et Barbe-Bleue, 1901, op muziek gezet door Paul Dukas.
- Théâtre, 1901 :
Tome 1 : La Princesse Maleine, L'Intruse, Les Aveugles.
Tome 2 : Pelléas et Mélisande, Alladine et Palomides, Intérieur, La Mort de Tintagiles.
Tome 3 : Aglavaine et Sélysette, Ariane et Barbe Bleue, Soeur Béatrice.
- La Vie des Abeilles, 1901.
- Monna Vanna, 1902.
- L'Intelligence des fleurs, 1907.
- L'Oiseau bleu, 1909.
- La Mort, 1913.
- Le Grand Secret, 1921.
- La Vie des Termites, 1927.
- La Vie de l'Espace, 1928.
- La Vie des Fourmis, 1930.
- L'Araignée de verre, 1932.
- Avant le grand silence, 1934.
- La Grande Porte, 1939.
- Bulles bleues, 1948.

Exposerende kunstenaar(s) / exhibited artist(s):
Anto Carte - C. Daudelet - William Degouve de Nuncques - J. Delescluze - Maurice Denis - Auguste Donnay - Charles Doudelet - Georges de Feure - M. Garden - Fernand Khnopff - J.M. King - M. Kufferath - Frans Masereel - George Minne - Paul Elie Ranson - Odilon Redon - Félicien Rops - Guillaume Le Roy - C. Samblanx - Carlos Schwabe - Léon Spilliaert - Edward Steichen - Edouard Vuillard

Félicien Rops Museum
Rue Fumal 12, B-5000 Namur (Namen), +32-81-776755, open: di t/m zo 10.00-18.00, entree € 3,00, gesloten op 24, 25, 31 dec en 1 jan
Expositieperiode van 19 januari t/m 13 april 2008