EXPOSITIE / EXHIBITION Geukens & De Vil Van 9-12 t/m 22-1-2011
  Let op: Deze expositie is voorbij !
In English - En Franēais



(When they will finally see) The power of drawing

Groepstentoonsteling met 62 Belgische kunstenaars.

In een tekening kan alles

Eric Rinckhout

‘Een actieve lijn die wandelt, die vrij beweegt, zonder doel.’
Paul Klee

De tekenkunst is nooit doodverklaard, in tegenstelling tot de schilderkunst. Vonden curatoren en critici de tekenkunst zo verwaarloosbaar dat ze er zelfs geen woorden aan vuil wilden maken? Of dachten ze dat de tekenkunst al lang een natuurlijke dood gestorven was?
Begin jaren negentig kon schilderkunst blijkbaar weer. Natuurlijk waren schilders de decennia daarvóór blijven schilderen, maar langzaam kon en mocht hun kunst weer in de grote instituten geėxposeerd worden. Onder impuls van onder anderen Gerhard Richter, Luc Tuymans en Marlene Dumas toonde de schilderkunst zich als een complex medium dat de recente geschiedenis, de nieuwe media, geheugen, fotografie en ingesleten beeldvorming onderzocht en tot onderwerp nam.
Bijna ongemerkt stak het tekenen ook weer de kop op. Dat gebeurde in stilte en zonder feestgedruis.
Natuurlijk zijn kunstenaars altijd blijven tekenen, maar het is pas sinds enkele jaren dat de tekening weer aandacht krijgt: tentoonstellingen zijn er integraal aan gewijd en in het galerie- en veilingcircuit is er volop belangstelling voor.

Er zijn uiteenlopende redenen voor de aantrekkingskracht en het huidige succes van de tekening. Na de dominantie van conceptuele kunst, installaties, fotografie en video mag de individuele en ongeremde fantasie weer aan de macht komen. Na jaren van hoogdravende, soms zelfs monumentale moeilijkdoenerij, is er opnieuw aandacht voor kunst op de vierkante centimeter en voor eenvoud, subtiliteit, creativiteit en, laten we het toch niet vergeten, vaardigheid. Iedereen kan tekenen – het is ongetwijfeld de meest democratische onder de kunstvormen – maar niet iedereen is een tekenaar.
Een bijkomend concurrentieel voordeel van het tekenen is dat de kunstenaar er weinig plaats voor nodig heeft: een tafel, een vel papier en een potlood. Met een minimum aan middelen sorteert de kunstenaar een maximum aan effect. Misschien heeft de richting die de schilderkunst sinds de jaren
negentig is uitgegaan ook een invloed gehad op het tekenen en het succes ervan. Het is immers een schilderkunst waarin fragiliteit en directheid vaak centraal staan: verf wordt dun, transparant en spaarzaam opgebracht, doek (of welke drager dan ook) wordt niet helemaal beschilderd, de potloodlijnen
van de ondertekening schemeren vaak door en soms laat de schilder opzettelijk de vorige lagen zichtbaar, als een palimpsest. Zo schuift de schilderkunst op in de richting van tekening en aquarel.

Zelden is een tekening nog een voorstudie voor iets anders – de tekenkunst is niet langer ‘het hulpje van’. Als er in een titel sprake is van ‘voorstudie’ betreft het toch een tekening die op zich staat, als autonoom kunstwerk. Het breekbare Study for the Prophet van Francis Al˙s is daar een voorbeeld van: een caleidoscopische collage, aan elkaar gehouden door plakband, waarin telkens andere schilderijen en ruimten doorschemeren. Een statement op zich.

Het werd tijd dat de tekenkunst weer ontdekt werd, want in een tekening kan alles – of toch bijna. De tekenkunst heeft een enorme geschiedenis. De kunstenaar kan daar op een achteloze of bewuste manier mee omspringen. De tekenkunst biedt momenteel alle ruimte om te experimenteren. Ieder van ons heeft getekend en het wonder van het tekenen ervaren, op z’n minst als kind. Tekenen is magie, oeroude magie die ook die mens heeft gevoeld die als eerste tekens op een grotwand aanbracht.
Een punt of een streep definieert een vlak, maakt van het wit van het blad een achtergrond. Twee strepen kunnen een weg vormen, een streep en een cirkel zijn een boom. Met enkele strepen ontstaat ruimte, diepte en perspectief. Lijnen worden velden van grafische energie, zoals Paul Klee dat noemde.
Met de allereenvoudigste middelen zoals pen en papier kunnen we herkenbare beelden maken. Of creėren we een eigen werkelijkheid, een spel van punten, lijnen en kleuren, die alleen naar zichzelf verwijzen. We isoleren elementen uit een bestaande werkelijkheid, we worden er meester van.

Tekenen is de intiemste kunst. Directer kan de band tussen kunstenaar en werk, tussen hand en lijn niet zijn.

“Ik denk niet, ik teken,” zei Anne-Mie Van Kerckhoven naar aanleiding van de tentoonstelling met uitsluitend tekeningen van haar in Wiels in 2008. “De kop tekent, de hand denkt.”

De kunstenaar kiest een drager, kiest vervolgens potlood, pen of penseel, en streelt of krast.

Tekenen is genadeloos in de zin dat de kunstenaar zich niet kan verbergen. John Berger noemt tekenen “een ontdekkingstocht”, maar het is een tocht naar het onbekende die sporen nalaat. In elke tekening ligt haar ontstaan besloten. Tekeningen zijn een parcours van keuzes, toevalligheden, vergissingen en fouten, die creatief aangewend worden. En de toeschouwer is daar getuige van. Tenzij de kunstenaar de tekening vernietigt. Een tekening verbergt niets, in tegenstelling tot de meeste schilderijen. Misschien is dat het fundamentele verschil tussen tekenen en schilderen: elke stap in een tekening opent meer mogelijkheden, terwijl elke streep verf de schilder dichter bij zijn doel brengt.
Een tekening blijf altijd open. Onaf. Een schilderij verbergt daarentegen zijn onder- en achtergrond – onontkoombaar. Nergens dan in een tekening zien we zo goed de hand van de kunstenaar: zijn of haar handtekening. Hoewel sommige kunstenaars ook daarmee experimenteren. In de ‘rooktekeningen’ van Sofie Muller zien we haar hand nauwelijks of zeer indirect, terwijl Christine Clinckx haar meterslange tekening dan weer oprolt, deels verbergt in een koffer en aan onze blik onttrekt.

Tekenen is tijd. Terwijl de foto – die zo lang een bedreiging is geweest voor teken- en schilderkunst – een moment op het moment zelf vastlegt, is tekenen een creatie in de tijd. Een tekening is de som van keuzes die in een tijdspanne worden gemaakt. Langs lijnen van geleidelijkheid, hoewel tekenen
ook razendsnel kan. In haar voortreffelijk essay over het hedendaagse tekenen, stelt Emma Dexter (tussen 2000 en 2007 curator in Tate Modern, Londen) dat er een verband is tussen de terugkeer van het tekenen en de wederopstanding van de Romantiek, in die zin dat ze elementen ziet opduiken
als vrijheid, intuļtie, emotie en de hang naar het sublieme. Ze stipt ook, zeer terecht, de terugkeer van het verhalende en anekdotische aan – al dan niet vergezeld van ironie: “Kunstenaars hebben een schuilplaats gevonden, weg van de starheid van conceptualisme, poststructuralisme en kritische theorie.” Nogal wat van die elementen komen samen in het werk van Rinus Van De Velde: een sfeer van vervlogen werelden en grote verhalen, die door ironische commentaar onderuit wordt gehaald.

Kunstenaars hebben zeer uiteenlopende redenen om te tekenen. “Tekenen biedt me als het ware de mogelijkheid om te vluchten wanneer ik me niet op mijn gemak voel in bepaalde situaties,” zegt Michaėl Borremans. “Het biedt me de kans om mijn eigen realiteit te scheppen.” “Ik teken omdat ik bang ben dingen te verliezen,” vindt Arpaļs du Bois. “Details die me treffen. Emoties: woede, verdriet, euforie. Het moeilijkste om weer te geven. Pas als iets op papier staat, kan ik het loslaten... Door te tekenen schep ik heel even leegte in mijn hoofd.” “Aquarellen zijn vaak gebaseerd op herinneringen, zaken die ik vergeten ben en die zich toch opdringen,” zegt Bert De Beul.

De meer dan zestig kunstenaars in deze tentoonstelling bieden een weids panorama van de tekenkunst. De een houdt een dagboek in tekeningen bij, de ander maakt ontwerpschetsen. Kleine en grootschalige tekeningen, zwartwit en kleur, van figuratief tot abstract en alles wat er tussenin ligt, op nieuw en gebruikt papier, te midden van aantekeningen en op foto’s. Van de elementaire magische tekens van Benoīt Van Innis tot het bijna fotografische, sublieme beeld van een oog door Cindy Wright.
Tekenen overschrijdt de grenzen van het tweedimensionale. Kris Fierens bevrijdt zijn tekening van het papier en geeft de lijnvoering autonomie in de ruimte. Een tekening wordt een sculptuur van lijnen.

In een tekening kan, inderdaad, alles.

Bronnen:
- John Berger, ‘Drawing’, in id., Selected Essays, edited by Geoff Dyer (London, Bloomsbury, 2001)
- Emma Dexter, ‘To Draw is to be Human’, in Vitamin D. New Perspectives in Drawing (London / New York, Phaidon, 2005)
- Peter Doroshenko, ‘Interview met Michaėl Borremans’, in Michaėl Borremans, Zeichnungen, Tekeningen, Drawings (Köln, Verlag der Buchhandlung Walther König, 2004)
- Nathalie Le Blanc, ‘‘Ik teken omdat ik bang ben dingen te verliezen. Voor kunstenares Arpaļs Du Bois (35) is haar tekenwerk een kruk om op te steunen’, in De Morgen, 8 november 2008
- Eric Rinckhout, ‘‘De kop tekent, de hand denkt’. Tekeningen van Anne-Mie Van Kerckhoven voor het eerst tentoongesteld in Wiels’ in De Morgen, 6 september 2008
- Jon Thompson, ‘De tekeningen van Ronny Delrue: aandacht schenken’ in Ronny Delrue, Dagboeknotities (Gent, Ludion, 2005)
- Christophe Van Eecke, ‘Lijnen van geleidelijkheid’, in Catalogus Drawing Actions, n.a.v. tentoonstelling in de Halle, Geel (27/2 - 29/3/2009)

Exposerende kunstenaar(s) / exhibited artist(s):
Francis Al˙s - Steven Baelen - Ruben Bellinkx - Luk Berghe - Fred Bervoets - Bert De Beul - Rik de Boe - Arpaļs du Bois - Michaėl Borremans - Guy Van Bossche - Koen Van den Broek - Koen Broucke - Berlinde De Bruyckere - Peter Buggenhout - Patrick van Caeckenbergh - David Claerbout - Christine Clinckx - Stijn Cole - Caroline Coolen - Leo Copers - Thierry De Cordier - Peter De Cupere - Anne Daems - Ronny Delrue - Wim Delvoye - Fred Eerdekens - Jan Fabre - Kris Fierens - Jef Geys - Karin Hanssen - Kati Heck - Jan Hillen - Jan Van Imschoot - Benoīt van Innis - Renaat Ivens - Anne-Mie Van Kerckhoven - Raoul De Keyser - Gideon Kiefer - Thomas Lerooy - Jan De Maesschalck - Valérie Mannaerts - Kris Martin - Wesley Meuris - Peter Morrens - Sofie Muller - Renato Nicolodi - Hans Op de Beeck - Panamarenko - Roger Raveel - Stefan Serneels - Walter Swennen - Ante Timmermans - Luc Tuymans - Jan Vanriet - Rinus Van De Velde - Angel Vergara - Pieter Vermeersch - Johan De Wilde - Cindy Wright - Dirk Zoete

Geukens & De Vil
Pourbusstraat 19, B-2000 Antwerpen, +32-50-624192/+32-474382068, open: do t/m za 14.00-18.00
Expositieperiode van 9 december t/m 22 januari 2011