|
Nederlandse en Belgische Meesters uit de periode 1880 – 1960



|
De verkoopexpositie “Nederlandse en Belgische Meesters uit de periode 1880 – 1960” toont 40 schilderijen, aquarellen en tekeningen uit diverse Nederlandse en Belgische particuliere collecties.
Jan Simon Knikker jr. Jan Simon Knikker jr. (1911–1990) schilderde voornamelijk in figuratieve trant landschappen en stadsgezichten. Knikker jr. wordt gezien als een navolger van de Haagse School. Om zichzelf van levensonderhoud te kunnen voorzien werkte hij veel voor de kunsthandel. In de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw maar ook eerder was dat heel gebruikelijk. De handel zorgde toentertijd immers voor de export naar Amerika en Canada. Vooral Nederlandse stadsgezichten waren daar toen maar ook nu nog een gezocht onderwerp.
Door zijn voorliefde voor historische taferelen en met een sterk gevoel voor romantiek werd Knikker jr. al snel een succesvol kunstenaar. Soms greep hij terug in de tijd want zo kon hij bijvoorbeeld in de jaren ’50 een stadsgezicht schilderen dat na de oorlog compleet was veranderd. Waarschijnlijk geldt dit ook voor het zeer fraaie schilderij ‘De Molen de Adriaan aan het Spaarne in Haarlem’. De molen brandde immers af in 1932. Knikker jr. was toen 21 jaar.
Jacobus van Looy In 1998 organiseerde het Frans Hals Museum in Haarlem de overzichtstentoonstelling 'Jacobus van Looy (1855–1930): Niets is zoo mooi als zien ...'
Van Looy, bekend als de schrijver van de trilogie Jaapje, Jaap en Jakob, omschreef zichzelf als ‘schilder van huis uit en schrijver door toevallige omstandigheden’. In zijn schilderijen en tekeningen onderscheidde hij zich van zijn tijdgenoten door een eigenzinnige manier van uitbeelden.
Toen Van Looy in 1913 terugkeerde naar Haarlem vestigde hij zich samen met zijn vrouw aan de Kleine Houtweg 103 waar hij bleef wonen tot aan zijn dood in 1930. Waarschijnlijk schilderde Van Looy midden jaren ’20 het ‘Portret van een koorknaap’. Dit portret, eerder geëxposeerd in 1998, is nu wederom terug in de stad waar het ooit gemaakt is.
Léon de Smet Leon de Smet (België, 1881–1966) werd evenals zijn vader en broer Gustave schilder. Hij volgde vanaf 1892 een opleiding aan de Academie van Gent.
De Smet verbleef in jaren 1906 tot 1913 in Sint-Martens-Latem en verhuisde als gevolg van het uitbreken van de 1e Wereldoorlog naar Londen. Ondanks dat hij in Londen zeer succesvol was keerde hij in 1924 terug naar België. Daar vestigde hij zich in Brussel. Kort daarop ontmoette De Smet de Belgische operazangeres Evelyne Brélia. Brélia, geboren onder de naam Eveline Bourlant, was zeer geliefd bij de Brusselse notabelen en kunstschilders. Als zangeres maakte zij furore in de Muntschouwburg in Brussel waarbij zij uitmuntte in de vertolking van de voor die tijd moderne opera’s. Op bijna volmaakte wijze vertolkte zij de bekendste werken van Honegger, Ztrawinsky en Darius Milhaud. Mede door haar schoonheid was zij ook een veel gevraagd model. De broers Gustave en Léon de Smet, maar ook de Belgische surrealist René Magritte (1898 – 1967) portretteerden haar meerdere malen. Het eerste schilderij dat Magritte verkocht in 1924 betrof nota bene een portret van Brélia. België was dan ook geschokt toen zij op donderdag 19 juli 1928 op 33 jarige leeftijd werd vermoord.
In 1936 verhuisde De Smet naar Deurle alwaar later in diens vroegere woonhuis en atelier het ‘Léon De Smet Museum’ werd geopend. De Smet kreeg diverse onderscheidingen voor zijn werk. Hij was een veelgevraagd portrettist en schilder van stillevens. De Smet schilderde in een licht impressionistische stijl met een toets die aan het pointillisme doet denken. De kleurcontrasten zijn vaak sterk, maar altijd in balans.
Het werk van deze Belgische kunstschilder bevindt zich in alle belangrijke Belgische en Nederlandse musea.
|
|