MUSEUM
 
Legermuseum
Korte Geer 1  Plattegrond via Michelin Plattegrond via Google
2611 CA Delft, Nederland
T 015-2150500
F 015-2150544
 info@legermuseum.nl
www.legermuseum.nl
di t/m vr 10.00-17.00
za, zo en feestdagen 12.00-17.00
gesloten op 25 dec en 1 jan
entree Ä 7,50

Tijdelijk gesloten, tot fusie met andere musea in 2014
  

Contact: Astrid van Winden en Heleen Bronder (PR)

Overige informatie
Het Legermuseum is vanaf 6 januari 2013 gesloten.
Het Legermuseum in Delft en het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg worden samengevoegd tot het nieuwe Nationaal Militair Museum (NMM). Dit museum wordt gebouwd op de voormalige vliegbasis Soesterberg en gaat in het najaar van 2014 open. Het verhuizen van de gehele collectie en het voorbereiden van het nieuwe museum vergt veel tijd. Het museum is dan ook vanaf 6 januari 2013 dicht om deze operatie uit te kunnen voeren.

Het Legermuseum wil, vanuit haar unieke rijkscollectie, bij een breed publiek belangstelling en betrokkenheid wekken voor de betekenis van de krijgsmacht voor ons land, door de eeuwen heen. Dit bepaalt de verdere vorming en de wijze van presenteren van de collectie.

Het Legermuseum biedt met zijn brede collectie militaire gebruiksvoorwerpen en kunstuitingen een overzicht van de militaire geschiedenis sinds de prehistorie tot aan heden.

Collectie
Het museum bewaart en beheert meer dan 500.000 voorwerpen. Hieronder zijn wapens en uniformen, maar ook persoonlijke boeken, handschriften, schilderijen, prenten en foto's; het museum beschikt tevens over een grote collectie voertuigen, waaronder tanks, en zelfs over raketten - de V-wapens uit de Tweede Wereldoorlog. Met recht kan het museum zich dan ook een kennis- en informatiecentrum noemen. U kunt bij ons terecht voor vele vragen met betrekking tot militair erfgoed. In het museum is een bibliotheek, waarin zich naast de eigen verzameling ook de oude bibliotheken van het Ministerie van Oorlog en het Koninklijk Huis Archief bevinden. De bibliotheek van het Legermuseum is de grootste militair-historische bibliotheek van Nederland, en - op afspraak - voor iedereen toegankelijk.

De collectie wordt gefotografeerd, geregistreerd en gerestaureerd. Tientallen medewerkers zijn in de weer om het erfgoed te beschrijven, te behandelen tegen verval en informatie over de objecten te verzamelen. Ook hun kennis en expertise staan ter beschikking voor allen die te maken krijgen met het behoud van het militair erfgoed.

Het museum vindt zijn oorsprong in de grote privťverzameling van F.A. Hoefer (1850-1938). Om zijn her en der verspreide collectie een waardig onderdak te verschaffen en toegankelijk te maken voor het publiek betrok hij kasteel De Doorwerth, gelegen in de uiterwaarden van de Rijn vlakbij Arnhem. Prins Hendrik gaf het de naam Nederlandsch Artillerie Museum en verrichtte op 5 augustus 1913 de officiŽle opening.

Gaandeweg kon Hoefer de lasten voor onderhoud aan het kasteel en de verzameling niet meer alleen opbrengen. Het lukte hem niet om van het museum een rijksmuseum te maken, maar het werd wel in 1921 in de organisatie van het ministerie van Oorlog opgenomen en ondergebracht bij de Generale Staf. De minister bleek met deze constructie minder gelukkig en in 1928 bracht men de collectie in een stichting onder met de naam Het Nederlandsch Legermuseum. Hoefer werd voorzitter van het bestuur en bleef daarbij museumdirecteur, tot aan zijn dood in 1938.

Kasteel De Doorwerth bleek allengs te klein voor de steeds verder uitbreidende collectie. Grote objecten, zoals karren, wagens en geschut, stonden noodgedwongen op de binnenplaats en op de aarden wallen rondom het kasteel. Bij hoge waterstanden van de Rijn liepen ook de lager gelegen onderkomens onder water, terwijl in zeer droge perioden de kasteelgracht uitdroogde, waardoor de muren begonnen te scheuren en op sommige plekken zelfs instortten. Aan het einde van de dertiger jaren rijpte dan ook het plan om het museum elders onder te brengen. In december 1940 besloot het bestuur tot de verhuizing van het museum naar Leiden, waar het ministerie voor dit doel het voormalige Pesthuis had aangekocht. Door de Tweede Wereldoorlog duurde het echter geruime tijd voor de verhuizing een feit was. Na een periode van opbouw en inrichting werd het museum in Leiden in 1956 voor publiek geopend. De stichting had een jaar eerder haar naam gewijzigd in Het Nederlands Leger- en Wapenmuseum Generaal Hoefer.

Eind 1959 kreeg het museum ook de beschikking over een zeventiende-eeuws gebouwencomplex te Delft. In dit Armamentarium was door het ministerie van Defensie allerlei oorlogsmateriaal bijeengebracht, voornamelijk munitie en geschut, in 1945 door de Duitsers in Nederland achtergelaten. Dit diende in de eerste jaren als studieverzameling voor beroepsmilitairen om kennis op te doen over allerlei militaire technieken, maar bleek al snel verouderd. Daarom besloot de staatssecretaris van Defensie deze verzameling aan de stichting over te dragen. In 1973, toen het museum 60 jaar bestond, verleende Hare Majesteit het predikaat Koninklijk aan de stichting.

Zo had het museum nu dus vestigingen in Leiden en Delft, een situatie die niet echt bevorderlijk bleek voor de feitelijke samensmelting. De kosten, om als het ware twee musea te financieren, bleken niet meer uit de lopende begroting op te brengen. Op beide locaties leden de museumgebouwen bovendien onder achterstallig onderhoud en voortschrijdend verval. Op voorspraak van de staatssecretaris van Defensie werd binnen zijn ministerie en dat van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu financiering gevonden voor de renovatie van het Armamentarium in Delft. Er volgde een radicaal programma van restauratie en renovatie, dat acht jaar duurde. Elders in de stad werden de op de Paardenmarkt aanwezige defensiegebouwen summier ingericht als depot. In 1986 verrichtte de minister van Defensie in aanwezigheid van Z.K.H. Prins Bernhard de opening van de benedenverdieping van het museum. In 1989 opende H.M. Koningin Beatrix de tentoonstelling Oranje op de bres, waarmee de openstelling van het gehele museum een feit werd.

Het Armamentarium
De geschiedenis van het gebouwencomplex waarin het Legermuseum is gevestigd begon in 1601. Midden in de oorlog met Spanje bouwde het gewest Holland en Westfiresland een centraal Armamentarium oftewel een wapenmagazijn. Op de kadepunt tussen Oude Delft en Geer verrees een bouwwerk met trapgevels dat ruimte bood aan geschut, munitie en allerlei toebehoren. Na aankoop van nieuw terrein in 1660 bouwde men een klein wachthuis en een smederij.

De belangrijkste uitbreiding volgde in de jaren na 1691. Grond en huizen van de buren werden aangekocht (voor 17.691 gulden 10 stuivers en 2 penningen). Op de vrijgekomen plaats werd een statig tweede magazijn neergezet voor '...affuiten, salpeter, ende andere groove ende volumineuze waeren ende behoefften van oorloghe.'

Verschillende verbouwingen veranderden indeling en aanzien van het complex. Een aangrenzend pakhuis van de Verenigde Oostindische Compagnie werd in 1802 aan het geheel toegevoegd.

Nieuws- en persberichten
08/01/2006 Het Legermuseum in Delft ontving in 2005 61.000 bezoekers

Exposities (komt/future nu/now voorbij/past)
voorbij / past >>

Kunstenaars in vaste collectie
George Hendrik Breitner - Jan Hoynck van Papendrecht - Isaac IsraŽls - Arnoldus Lamme - Nicolaas Pieneman - Charles Rochussen - Martin Roemers - Thom Vink.