KUNSTENAAR / ARTIST

Constant Permeke  (1886-1952)

Exposities (komt/future nu/now voorbij/past)
De Zee
Mu.ZEE (Kunstmuseum aan zee) - Oostende
25/10/2014 - 19/4/2015
Mijn geliefde, jij en ik: Liefde in tijden van ‘expressionisme’
MDD (Museum Dhondt-Dhaenens) - Deurle
6/4/2014 - 15/6/2014
>> voorbije exposities / past exhibitions

Over de kunstenaar
Geboren in Antwerpen. Overleden in Oostende.

Zijn vader Henri Permeke was een verdienstelijk landschapschilder. Met zijn boot "Artis Amor" en zijn gezin, koos vader het zeegat, in 1891, om tenslotte aan te leggen in Oostende, in 1892, en er verder te blijven. Hij zal, in 1897, zelfs de eerste conservator worden van het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten.

De confrontatie met de Noordzee zal Constant Permeke aan de Vlaamse Polders binden. Hij zal sterven in zijn huis "Vier Winden" te Jabbeke, op 4 januari 1952. Daar had hij gewoond met zijn gezin sedert 1930.

In zijn Oostendse jeugd loopt hij academie te Brugge, van 1903 tot l906. Veel steekt hij er niet op. Een van zijn medeleerlingen is Achiel Van Sassenbroeck. In 1906 verblijft hij te Gent, voor zijn militaire dienst. Hij laat zich daar inschrijven aan de academie en hij wordt ingedeeld bij de "Universitaire Compagnie", waarbij hij van een zekere vrijheid kan gebruik maken, om vriendschap te sluiten met belangrijke figuren als Frits Vanden Berghe, Gust De Smet, Leon De Smeten de criticus Paul Gustaaf Van Hecke. Sterk onder de invloed van "de prins van het Vlaamse luminisme" Emiel Claus, die te Astene verblijft en aangetrokken door de bekendheid van de eerste Latemse kunstenaarskolonie, omheen Binus Van Den Abeele, gaat de groep vrienden zich te Sint Martens Latem vestigen.

In maart 1908 is Constant soldaat af en komt hij terug naar Oostende. Gust De Smet komt hem vervoegen en ze betrekken samen een herbergkamer in de Kaaistraat. Geconfronteerd met het rauw harde vissersleven van die tijd, nemen ze afstand van het lichte coloriet van de Claus-techniek, die ze niet toelaat hun emotioneel beleven op doek te brengen.

In de lente van 1909 trekt Permeke weer naar de Latemse vrienden, maar hij leeft er eerder teruggetrokken en interesseert zich vooral voor de zware en pasteuse toets van Albert Servaes, die hij al kende van zijn Gentse academietijd. Servaes kon toen al doorgaan als de "Vader van het Vlaamse expressionisme". Op 27 juni 1912 trouwt hij met Maria Delaere, zijn "Marietje". Ze was van Poperinge en ze zou 4 jaar voor hem sterven, te Jabbeke in 1948. Het koppel komt zich vestigen in de Vuurtorenwijk, te Oostende, weer midden het harde, maar sociaal aan mekaar gehechte vissersvolk. Hier krijgen we de eerste doorbraak van het Permekiaanse expressionisme in al zijn emotionele geladenheid: dof gehouden tonaliteit, brutale vormgeving en gedurfde vervormingen, om zijn expressieve kracht te creëren.

Wanneer de eerste wereldoorlog uitbreekt, in 1914, wordt Permeke opgeroepen en ingezet bij de verdediging van Antwerpen. Te Duffel wordt hij zwaar gekwetst en overgebracht naar Engeland, in een hospitaal te South Hillwood. Na zijn herstel vindt hij zijn vrouw en zijn moeder terug in Folkestone. Hier wordt zijn eerste zoon John geboren. Intussen ontstaan contacten met Belgische kunstvrienden als Edgard Tytgat, Gustaaf Van de Woestijne, Alouïs Boudry en Hippolyte aeye. In maart 1916 gaat hij zich in Chardstock vestigen, in het Graafschap Devonshire. Hier krijgt zijn schildersziel hem weer te pakken, hoewel hij nog steeds op krukken loopt, en ontstaan enkele meesterwerken als kleurenexplosies omheen het Engels pittoreske natuurgebeuren. In april 1919 keert het gezin Permeke, dat intussen drie kinderen heeft, terug naar België, naar het huis op de Oostendse Vuurtorenwijk. Na zijn levensroes van het Devonshirelandschap wordt de kunstenaar nu geconfronteerd met een desolate, deels berooide visserswijk. In sombere kleuren en krachtige lijnen brengt hij virtuoos raak geobserveerde vissersfiguren, als hoofdthema, in beeld.

In 1921 bezorgen de Brusselse galerijhouders van "Sélection", P.G. Van Hecke en André De Ridder, Constant Permeke een opmerkelijke expositie in "Kunst van Heden" te Antwerpen. Ook te Parijs, in de galerij "La Licorne", in hetzelfde jaar, is het Franse onthaal een revelatie. Nu al toont Permeke zich superieur aan zijn Latemse vrienden Frits Van den Berghe en Gust De Smet. Tussen 1922 en 1924 trekt Permeke regelmatig naar Astene, om er samen te werken met Frits Van den Berghe. In 1926 verblijft hij kort te Vevey, in Zwitserland. Hij schildert er enkele berglandschappen, die Albert Servaes interesseren. In 1930 komt hij het huis "De Vier Winden" betrekken, te Jabbeke. Meteen wijzigt zich nu zijn thematiek: wat eerst visser en zee betekende, wordt nu gedomineerd door boer en akker. Hij ontplooit nu ten volle zijn barokke kracht in een enorme productiviteit, met meesterwerken als "Gouden Oogst" (1935), "De Grote Marine" (1935), "Moederschap" (1936), "Het Afscheid" (1948), "Dagelijks Brood" (1950).

Permeke ontpopt zich eerst in 1937 als beeldhouwer. Hierin zoekt hij het isoleren van de menselijke figuur, alweer in een indrukwekkend monumentaal gebeuren. "De Zaaier" (1939), de grote "Niobe" (1946) en "De Drie Gratiën" (1949) geven gestalte aan een beheerste monumentaliteit in een mythologische expressie. In 1934 krijgt hij de internationale erkenning ten volle, bij zijn deelname aan de "Biënnale van Venetie". Ook in 1926 al had hij België vertegenwoordigd, samen met zijn vrienden Frits Van den Berghe en Gust De Smet, in dezelfde stad, op de XVde Internationale Expositie.

De oorlogsperiode 1940-44 wordt voor Permeke, zowel menselijk als artistiek, een tragedie. Zijn zoon Paul wordt door de Duitsers weggevoerd en hemzelf wordt het schilderen verboden. Zijn kunst, zoals het hele Expressionisme wordt als "entartet" beschouwd. Verbitterd zoekt hij te Brussel een tijdelijke verblijfplaats. Na de oorlog, in december 1945, wordt hij benoemd tot Directeur van het Nationaal Hoger Instituut en de Koninklijke Academie te Antwerpen. Hij gaat er Isidoor Opsomer opvolgen. Bij deze benoeming had hij echter zijn persoonlijke condities gesteld. Niet eens een jaar later, in oktober 1946, geeft hij al zijn ontslag. Intussen was zijn zoon uit het gevangenkamp teruggekeerd en vindt Permeke zijn werkkracht terug in vernieuwde levensvreugde.

Het summum van zijn carrière bereikt Permeke op zijn retrospectieve expositie te Parijs, in 1947-48. De feestelijke vreugde wordt echter brutaal verdrongen door het verlies van zijn "Marietje", op 3 mei 1948. Hij wordt scherp getekend door het drama en, verzorgd door zijn dochter Thérèse, sukkelt hij met zijn gezondheid.

Moreel gesteund door Mevrouw d'Ydewalle herneemt hij toch enigszins zijn creatieve activiteit, doch zijn impulsief expressieve kracht vertoont nu een zekere verfijning in tekening en in kleur. Aldus ontstaat "De dame met de rode handschoenen" (1951), naast andere portretten en een reeks Bretoense landschappen. Na een 10-daagse reis, in de Lente van 1951, naar Bretagne, op voorstel van de Franse Mauvisme-schilder Maurice De Vlaminck, waarbij hij het bekende Pont-Aven van Paul Gauguin aandoet, begint ziekte zijn gezondheid kennelijk te ondermijnen. In november van dat jaar moet hij het bed houden.

Constant Permeke sterft te Oostende op 4 januari 1952. Op 8 januari wordt hij te Jabbeke begraven, naast "Marietje". Op het graf had hij al een beeldhouwwerk van die andere Latemmer Georges Minne laten plaatsen.

De volgende instellingen bieden werk aan en organiseren exposities:
Guy Pieters Gallery, Knokke

De volgende musea/instellingen hebben werk in hun collectie:
Museum Belvédère, Heerenveen, Oranjewoud
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Museum van Deinze en de Leiestreek, Deinze
Museum de Fundatie / Kasteel Het Nijenhuis, Heino/Wijhe
Groeninge Museum, Brugge
Koninklijke Musea van de Schone Kunsten, Brussel
MDD (Museum Dhondt-Dhaenens), Deurle
Musée d'Art moderne et d'Art contemporaine Liège/Luik (MAMAC), Liège
Het Noordbrabants Museum, Den Bosch
Permekemuseum, Jabbeke
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), Antwerpen
Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent, Gent
Museum de Wieger, Deurne
Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen en Baron Caroly, Lier
Mu.ZEE (Kunstmuseum aan zee), Oostende

Vertegenwoordigd in de volgende bedrijfscollecties:
FOD Buitenlandse Zaken, Brussel

De volgende instellingen hebben werk in stock:
Het Interbellum Kunstbemiddeling, Ouderkerk a/d Amstel

Publikaties

Kunstbeeld 2004 | 09
Toon publikaties met afbeeldingen in apart venster

Aangesloten bij Pictoright, Amsterdam.

Werken Toon afbeeldingen in apart venster


Het dagelijkse brood, 1950
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR

 Kunst van de Dag op 14/11/2012
Zelfportret, 1940
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR


Marie-Lou, 1939
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR


Moederschap, 1936
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR


Aardappelrooister, 1929
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR


Leonie, 1929
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR


De eenen boer is beter dan den anderen, 1929, 60,5 x 65 cm
Gemeentemuseum Den Haag


De woonwagen, 1927
Paleis voor Schone Kunsten / BOZAR

 Kunst van de Dag op 14/7/2004
De Sjees, 1926, 165 x 128 cm
Gemeentemuseum Den Haag


Green Nude, 1925, 148 x 90 cm
Gemeentemuseum Den Haag

meer/more >>