KUNSTENAAR / ARTIST >> website: www.mariannevanderheijden.nl

Marianne van der Heijden  (1922-1998)

>> voorbije exposities / past exhibitions

Over de kunstenaar
Geboren in Kerkrade. Ze doorliep er de hbs-b en aansluitend de Stadsacademie in Maastricht (1940-1944). In 1946 trok ze, met enkele klasgenoten, naar de Rijksacademie voor beeldende kunsten in Amsterdam. Ze volgde er lessen bij de professoren Röling en Campendonk. Buiten de academie-uren maakte ze vrijer werk, dat Campendonk zeer bewonderde, maar waarin hij haar niet stimuleerde.

In1951 won zij de zilveren medaille verbonden aan de Prix de Rome die een studie in Ravenna en een rondreis door Italië mogelijk maakte. Terug in Nederland betrok zij een atelier in het Kerkraadse kasteel Oud-Ehrenstein, waar ook Frans Nols en Jef Diederen een werkplek hadden gevonden.

Vrijwel onmiddellijk stroomden de opdrachten voor monumentaal werk binnen: voor sgraffito (o.a. in Eschweiler, Duitsland); glas-in-lood (o.a.in Amsterdam, Merkelbeek, Kerkrade en Maastricht); wandkleden (Maastricht), maar vooral voor mozaïeken. Een van haar grootste opdrachten in deze techniek siert nu de aula van de Rijksuniversiteit Limburg in Maastricht. Haar opdrachtgevers kwamen merendeels uit roomskatholieke kringen: kerk- en school-besturen en kloosterorden. Rond 1963 maakte ze zich los van iconografische regels waaraan ze zich in deze opdrachten te houden had – en van haar opdrachtgevers. De langdurige en diepe geloofscrisis, zowel oorzaak als gevolg van dit besluit, leidde tot (her-)ontdekking van de werkelijkheid van alledag en het ontstaan van nieuw, nu meer abstract-expressionistisch werk. Ze beproefde oude technieken opnieuw (achterglasschilderingen), maakte composities in cement met wat zij op straat vond (materieschilderijen) en ging in de leer bij graficus Jan van Helden. Haar tekentaal uit de jaren 1965-1975 sluit aan bij die van Asger Jorn, Pierre Alechinsky en Lucebert. Hoe krachtig die taal is en zich ontwikkelde, blijkt uit de onafgebroken reeks exposities in diverse galeries door het hele land: tussen 1973-1990 meer dan veertig, waaronder twaalf eenmanstentoonstellingen. Veel van het tentoongestelde werd door particulieren gekocht, maar ook musea, bedrijven en overheidsinstellingen (Het Catharijneconvent in Utrecht; Bonnefantenmuseum Maastricht en Gemeentemuseum Roermond; Océ in Venlo; DSM Geleen; KNP in Meerssen; ABP en Open Universiteit in Heerlen; Provincie Limburg, Maastricht) namen werk van haar in hun collectie op.

Eind jaren zeventig ontstonden de eerste kleuretsen volgens een eigen procédé en met een volstrekt eigen beeldtaal. Nu kwamen haar ervaringen, haar innerlijk beleven op papier: tegelijkertijd poëtisch en angstaanjagend, wanhopig en humoristisch. ‘De spanning van emoties en het genot van de rust zijn de twee polen waartussen mijn werk zich beweegt’, noteerde ze in die tijd. Ze beperkte zich ook niet tot etsen, maar maakte ook gouaches en acrylschilderingen.

In 1987 nam ze, op uitnodiging, deel aan de workshop ‘Paper Art’ van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Ze werd door het materiaal gegrepen. In een verbluffend snel tempo ontstonden tientallen forse collages van door haar beschilderd, bespat, soms gescheurd of deels verbrand en later weer overgeschilderd papier in diverse diktes en van verschillende textuur.

Ze beleefde erin, zoals ze zelf schreef haar ‘zevende dag waaraan zes dagen van werken vooraf zijn gegaan.’ Tijdens weken van gedwongen stilzitten (ze had haar enkel gescheurd) maakt ze van resten kleine, driedimensionale objecten. Ook deze vormen, haast trouvailles waaraan ze na haar genezing echter doorwerkte, drukten zowel speelsheid en hervonden harmonie uit als de melancholie die haar in deze periode ook vergezelde.

In 1990 werd haar levensgezel Bruno Borchert ernstig ziek. Hij stierf in 1994, na een langdurig en ontluisterend ziekbed. Verdriet, woede, ontreddering en het allesoverheersende gevoel van verlatenheid vonden hun uitdrukkingsvorm in de reeks pastels die ze in de jaren van zijn ziekte en na zijn overlijden maakte (1993-1995). Een expositie van dit werk in 1996 maakte grote indruk door de geweldige zeggingskracht van de bladen, maar Marianne leek erdoor uitgeput. Haar gezondheid ging achteruit en ze belandde in een depressie. Niet in staat tot het werken op groot formaat, begon ze in 1997 niettemin aan het maken van beelddagboeken; collages op klein formaat, soms voorzien van geschreven herinneringen of commentaar op haar leven van dat moment. Ze sloot het derde dagboek af op 13 maart 1998; op 26 mei van dat jaar overleed ze.

Vertegenwoordigd in de volgende bedrijfscollecties:
DSM Kunstcollectie, Heerlen

De volgende instellingen hebben werk in stock:
Kunst centrum Haarlem, Haarlem
Marx & Marx, Valkenburg a/d Geul

Aangesloten bij Pictoright, Amsterdam.

Werken Toon afbeeldingen in apart venster


Verlost, 1995, 76 x 55 cm
Museum van Bommel van Dam


Opus 32 In Memoriam Tanta Mary, 1987, 99,7 x 70 cm
Museum van Bommel van Dam


Vis a vis III, 1978, 20,8 x 16,7 cm
Museum van Bommel van Dam


Korenaren, 4/7, 1973, 47,5h x 62,5b cm
Marx & Marx

 Kunst van de Dag op 30/12/2012
Groei, 1965, 245 x 200 cm
Museum van Bommel van Dam


Hemels offer van Christus, 1953
Museum van Bommel van Dam


De verboden appel, 1951, 32,5 x 24,8 cm
Museum van Bommel van Dam


Zelfportret, 1944, 51,7 x 32,5 cm
Museum van Bommel van Dam


Marianne van der Heijden
Museum van Bommel van Dam


Rood komt op, deel 1, 6/7, 29h x 32b cm
Marx & Marx